Kalveren in de media deel 2: over ‘overbodige’ stierkalveren

Gepubliceerd op: 3 mei 2023

Kalveren

Nederland telt bijna vijftienduizend melkveebedrijven met in totaal 1,57 miljoen melkkoeien. Jaarlijks worden op deze bedrijven 1,6 miljoen kalveren geboren. De helft daarvan, zo’n 800.000, zijn stierkalfjes. Deze mannelijke dieren zijn voor de melkveehouderij ‘overbodig’, ze kunnen immers geen melk geven. Het KRO-NCRV-programma Keuringsdienst van Waarde onderzocht wat er met deze kalveren gebeurt.

De presentatoren van het programma vonden al snel een antwoord op hun vraag. Ze leerden dat de kalveren na hun geboorte de eerste twee tot drie weken bij de melkveehouder blijven, waarna ze via een veehandelaar naar een van de 34 kalververzamelcentra in Nederland gaan. In 2022 werden op alle verzamelcentra samen gemiddeld zo’n 17.500 dieren per week aangevoerd. “Wij zijn een ontvangstcentrum voor kalveren”, vertelt Jan Bronkhorst, eigenaar van een kalververzamelcentrum, in de uitzending van Keuringsdienst van Waarde. “De kalveren komen van verschillende boeren door heel Nederland en blijven hier één dag.”

Via de kalververzamelcentra worden de kalveren vervolgens overgebracht naar hun nieuwe eigenaar: de kalverhouder. Deze brengt de dieren groot tot ze slachtrijp zijn. Eenmaal geslacht worden er mooie kalfsvleesproducten van gemaakt die uiteindelijk op het bord van de consument belanden.

Goed drinken en eten

Keuringsdienst van Waarde nam een kijkje bij kalverhouder Wim Brouwer, die in totaal ruimte heeft voor circa 1.300 kalveren. “De kalveren die we nu hebben zijn zes weken oud”, vertelt Brouwer in de uitzending. “Ze komen hier aan als ze vier weken oud zijn en blijven tot ze 26 of 27 weken oud zijn, een half jaar dus ongeveer. Dan gaan ze weer. Onze taak is om ze goed te leren drinken en te voeren en ze gezond op te laten groeien. Van melk stappen ze langzaam over op ruwvoer.”

De kalveren van Brouwer leveren blank vlees. “Je hebt blank en rosé kalfsvlees”, legt hij uit. “Bij het rosé vlees, het donkerdere vlees, krijgen de kalveren op den duur alleen ruwvoer te eten, zoals stro, mais en brok. Dat krijgen ze bij ons ook, maar bij ons krijgen ze er ook altijd nog melk bij.” 95% van het kalfsvlees dat in Nederland geproduceerd wordt, wordt geëxporteerd. De meeste kalveren leveren blank vlees. Hoewel er geen smaakverschil is tussen blank en rosé, is er vooral in Italië en Frankrijk veel vraag naar blank kalfsvlees.

Blank en rosé vlees

Het kleurverschil ontstaat doordat er in blank vlees minder ijzer zit dan in rosé vlees. IJzer geeft de rode kleur aan het vlees. “Wij zorgen altijd dat de dieren voldoende ijzer in hun bloed hebben”, vertelt Patricia van Krieken van de VanDrie Group, de grootste kalfsvleesproducent van Nederland. “Het hemoglobinegehalte, het ijzergehalte dus, voor kalveren moet minimaal 4,5 millimol per liter zijn. Wij houden altijd minimaal 6,0 aan. We hebben er niks aan als de kalveren te weinig ijzer hebben.”

Van Krieken legt uit dat ze drie soorten kalfsvlees hebben: “Het eerste is van kalveren tot acht maanden die met melk en ruwvoer gevoerd zijn. Dat noemen wij kalfsvlees, dat is licht van kleur. Dan is er vlees dat ook van kalveren tot acht maanden is, maar die alleen ruwvoer eten. Dat is jong rosé vlees. En het vlees van kalveren die acht tot twaalf maanden oud zijn, noemen we rosé vlees.”

Kalversterfte

In de uitzending van Keuringsdienst van Waarde wordt genoemd dat dertien procent van de kalveren het niet redt en sterft voordat ze naar het slachthuis gaan. In dit percentage zijn ook de doodgeboren en niet-geoormerkte kalveren (jonger dan drie dagen gestorven) opgenomen. 98 procent van de kalveren wordt grootgebracht bij de kalverhouder, zo’n twee procent redt het niet. Vaak is een infectieziekte de oorzaak van het overlijden.

Kijk hier de uitzending terug: https://www.npostart.nl/KN_1731385

Lees ook: Kalveren in de media deel 1: over het scheiden van koe en kalf